de Enck

De 4e akte van theater De Enck: een voorstelling zonder applaus

Babylonische spraakverwarring

Met alle respect voor alle initiatiefnemers die zich hebben ingezet, en nog steeds, om het culturele gat dat is ontstaan na het faillissement van De Enck te dichten. De zichtbare en onzichtbare verschillende invalshoeken van en over de drie partijen en van een enkele partij zelfs beschuldigingen op social media. De persoonlijke en financiële belangen die rondom de Enck een cruciale rol spelen en de Babylonische spraakverwarring van de Oirschotse burger over wat cultuur eigenlijk in mag houden en wat het verschil is tussen een theater en een dorpshuis. Zonder met specifieke vingers of naar specifieke personen te wijzen wil ik de Oirschotse burger een vraag stellen.

Proloog

Vooropgesteld dat met het verhaal van De Enck in de proloog van dit dramaspektakel het al behoorlijk is mis gegaan met dank aan de Oirschotse gemeenteraad die De Enck een aantal jaren geleden, nog steeds schimmig en onbegrijpelijk, failliet heeft laten verklaren. Onbegrijpelijk omdat men in het gemeentehuis destijds al met enig rekenwerk en boerenverstand op de vingers al had kunnen natellen dat deze rigoureuze beslissing niet alleen een dom en kortzichtig besluit was maar ook kostbare gevolgen met zich mee zou brengen. Het feit dat deze gemeente weinig overheeft voor cultuur en van mening is dat iedere zelf respecterende culturele instelling zichzelf maar dient te bedruipen is een opmerkelijk en zeldzaam Oirschots fenomeen in Nederland. Maar daar gaat mijn vraag nu niet over hoe bedroevend en onnodig de proloog van het Enck drama ook is geweest. Mijn vraag is gericht aan de burgers van Oirschot.

Wat willen jullie nou eigenlijk?

Een ‘huiskamer’ waar verenigingen kunnen oefenen, spelen en soms een voorstelling kunnen geven? Een biljarttafel, kopje koffie en een tafel om een kaartje te leggen? Of een theater waar naast plaatselijke voorstellingen ook een niet- Oirschotse artiest is te bewonderen in het kader van: “kijk eens verder dan de dorpsgrens voor de broodnodige culturele injecties?”.

Het is namelijk nogal een verschil. Het verschil tussen: een dorpshuis waar verenigingen voor een appel en een ei gebruik kunnen maken van een zaal en ergens in een hoekje een bar in elkaar kan worden getimmerd waar daarboven een geplastificeerd vrijwilligersrooster voor de bardiensten prijkt. Dit kan overigens in een willekeurige leegstaande boerenschuur met door de buurvrouw zelf genaaide gordijnen, plastic klapstoelen en een gesponsord koffiezetapparaat. Waarom dan niet in de prachtige theaterzaal de Enck die nu staat te verstoffen? Het antwoord is simpel: deze zaal dient gehuurd te worden van, ik noem het nog maar even: de initiatief(onder)nemers van De Enck, te worden onderhouden en mag helemaal niet van de verhuurders van een al of niet zelf getimmerde bar te worden voorzien ondanks dat er geen faciliteit in de vorm van een foyer beschikbaar kan worden gesteld. In de ‘oude foyer’ komt een dagbestedingsconcept soortgelijk aan het concept van Brownies & Downies. De combinatie van dit concept en een buurthuis/huiskamer of foyer is voor beide partijen niet te doen. Bovendien zou deze faciliteit al om 17.00 sluiten.

Appel en een ei

De naar verluidt armtierige verenigingen kunnen dan geenszins meer voor een appel en een ei van de zaal gebruik maken tenzij de gemeente het volledige huurbedrag en onderhoud van de zaal voor eigen rekening neemt. Voor de positivo’s onder ons kan je natuurlijk gewapend met een thermosfles naar de repetitie op maandagavond. Mocht het tot een voorstelling komen kan dit in de vorm van een Amerikaanse fuif: ieder voor zich en eigen rekening. Let wel: inkomsten vrijwel nihil.

In het geval van een theater of een theater met gedeelde functie voor de plaatselijke verenigingen een goede reden om uzelf eens achter de oren te krabben en de vraag te stellen hoe een theater zonder foyer dit keer wél het hoofd boven water kan houden? Daar zijn immers inkomsten voor nodig. Deze inkomsten komen van kaartverkoop van voorstellingen die mensen uit Oirschot en buiten de dorpsgrens aantrekken, en deze zelfde mensen in de pauze en daarna met elkaar van gedachten kunnen wisselen over wat ze zojuist allemaal hebben gezien en aan cultuur hebben geproefd. Uiteraard inclusief een proeverij van een hapje en een drankje in de foyer.

U laat zich raden dat een theater zonder foyer geen theater mag en kan heten.

Zonder foyer zijn er geen inkomsten anders dan de subsidiepot, geen voorstellingen, geen reclame om mensen van buiten de dorpsgrens te verleiden om deze kant op te komen, geen boekingen van artiesten en dus ook geen inkomsten van kaartverkoop.

Nihil

In beide gevallen zijn de inkomsten vrijwel nihil maar dient er wel huur te worden betaald voor de theaterzaal. Om over onderhoud en aanpassingen i.v.m. veiligheidsregels nog maar te zwijgen.

Noot

De onderhandelingen zijn voor nu vastgelopen. Het realiseren van een cultureel centrum De Enck bleek op deze manier geen haalbare kaart. Ik vrees dat akte 5, en tevens het slotakkoord van het theaterstuk, een zeer voorspelbaar hoofdstuk gaat worden. Volgens sommigen een negatieve gedachte. Waar ik, na inmiddels jaren het Enck drama te hebben gevolgd, maar één antwoord op kan bedenken: “Waarvan akte maar dan zonder applaus”.

Ursula Willemse

2 thoughts on “De 4e akte van theater De Enck: een voorstelling zonder applaus

  1. Als ik even droom…..mijn verbeeldingskracht inschakel en dit “zoute” goed geschreven stuk even naar de achtergrond laat verdwijnen dan zegt mijn hart: Wat zou het mooi zijn als Oirschot een levend hart zou hebben waar iedereen elkaar kan ontmoeten. Er niet wordt geoordeeld, maar naar elkaars waarde wordt gekeken. Waar iedereen vrij naar binnen kan lopen, geen drempels zijn, maar begrip is. Het treft mij pijnlijk dat er op cultureel gebied niets wordt geïnvesteerd in onze gemeente, op goede particuliere initiatieven na. Het is pure armoede voor de jongeren die hier opgroeien. Wat zou ik hen graag een Ruimte willen bieden waar ze elkaar kunnen ontmoeten, hun eigen muziek of beeldende kunst kunnen maken, misschien soos achtige of dansavonden worden georganiseerd en waarbij de leefwereld van de jongeren centraal staat, ze het gevoel kunnen ervaren deel van een gemeenschap te zijn. Openstaan voor hun ideeën en wensen. Daarnaast zou ik dromen van openstaan voor elkaars denken en cultuur, dus ook interculturele activiteiten organiseren. Maar ook een plek waar jong en oud elkaar kunnen ontmoeten. En natuurlijk ruimte bieden aan alle verenigingen…..dat zij nieuwe inspiratie kunnen opdoen en kunnen groeien en “shinen”. Het theater en een ontmoetingscentrum kan m.i. helpen bij het tegengaan van polarisatie die in het klein en in het groot plaatsvindt. Uiteindelijk loont deze investering zich terug. Ieder mens wil ergens bij horen, deel zijn van het geheel. Ieder mens heeft recht op verhalen, vreugde, muziek en dans. Dat is door all eeuwen altijd zo geweest. Het hoort bij onze natuur. En natuurlijk als kers op de slagroomtaart mooie vernieuwende voorstellingen in het mooie theater met een breed aanbod op het gebied van muziek, cabaret, dans en toneel.
    Dit zou dan moeten ontstaan waar bij ieder wordt gehoord. Eerst overal het oor te luister leggen zoals deze vraag die nu door Zout wordt gesteld. Wat wil jij? Gelukkig kan niemand je dromen afnemen. En als je ze uitspreekt komen ze al dichter bij een realiteit.

  2. Beste Ursula,
    Je vraag aan de Oirschotse burger wat hij nou eigenlijk wil met de Enck is een terecht vraag.
    Het maakt nogal verschil uit of het de functie van een dorpshuis/gemeeschapshuis moet krijgen waar verenigingen kunnen oefenen, spelen en soms een voorstelling kunnen geven of de Enck de functie van een professioneel theater moet inhouden.
    De Kattendans te Bergeijk met een gelijk aantal inwoners als Oirschot is een voorbeeld van zowel het een als het ander, maar het kwam niet ut het niets.
    Toen het prachtige theater in 1993 gebouwd werd onder architectuur van architect Bedaux werd er rekening gehouden met jaarlijks 30.000 bezoekers. Het werden er de laatste jaren 110.000 tot 120.000.
    Het valt organisatorisch onder de Stichting Gemeenschapswerk Bergeijk en is ruim 60 jaar geleden begonnen mensen uit het dorp vermaak aan te bieden in de breedste zin. Van simpel samen judoën tot voorstellinkjes doen. Aanvankelijk gebeurde dat in het gemeenschapshuis Het Hofhuis en in 1976 vond een werkgroep de tijd rijp om ook professionele voorstellingen te gaan organiseren.
    Nu lopen er vijf dagen in de week mensen van de katholieke ouderenbond in en uit, wordt er gesjoeld, bingo en lingo gespeeld. In de zottentijd draait er het seniorencarnaval. Harmonie en koren repeteren er. Maar ook de amateurtoneelverenigingen uit de omliggende kerkdorpen hebben er hun jaarlijkse uitvoeringen, evenals de koren en balletten. Dat zijn ongeveer veertig uitvoeringen per jaar.
    De Kattendans heeft zelfs een unieke musicalschool ‘Me On Stage’ die lesgeeft in zang dans en spel, ook in Bladel, Eersel en Valkenswaard. Directeur Floris zegt trots: “Bijna geen ander theater doet dat zelf. Kinderen die zich aanmelden, mogen meedoen, zonder strenge selectie vooraf, zoals wel in de grote steden. Bij een uitvoering neemt ieder kind tussen de zestien en twintig bezoekers mee, buurmeisjes, klasgenootjes, familie. Dat is leuk. Mogelijk komt ‘Me On Stage’ aan nog eens twintig uitvoeringen per jaar. Dan zit je samen met die eerdergenoemde al aan zestig tot zeventig lokale voorstellingen. Echt allemaal inwoners uit deze omgeving die dan zelf op de planken staan.”

    De vraag is of Oirschot wel de potentie heeft voor de realisering/instandhouding van een voor de gemeenschap redelijk kostend theater zoals de Kattendans.
    Ik denk van niet.

Geef een reactie

Ontdek meer van ZOUT

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Continue reading